Koninklijk bezoek op Het Loo in 1788

[Afb. 1] Prins Willem V, prinses Wilhelmina en Frederik Willem II koning van Pruisen met hun gevolg in de tuin van Het Loo, 12 juni 1788. Opticaprent door Georg Balthasar Probst, Augsburg, 1788. Paleis Het Loo Nationaal Museum
[Afb. 2] Koning Frederik Willem II neemt afscheid van zijn zuster Wilhelmina van Pruisen, prinses van Oranje, in haar kamer op Het Loo, 13 juni 1788. Opticaprent door Georg Balthasar Probst, Augsburg, 1788. Paleis Het Loo Nationaal Museum

Paleis Het Loo heeft in de loop der jaren veel prominente gasten mogen ontvangen. Zelden is zo’n gelegenheid echter vastgelegd in prent, tekening of schilderij. Anders is dit met het bezoek, dat de Pruisische koning Frederik Willem II in de zomer van 1788 aan zijn zuster en zwager, prins Willem V en prinses Wilhelmina van Pruisen, op Het Loo bracht. Van dit bezoek is een serie van drie zogenaamde opticaprenten op de markt gebracht, die verscheen bij de Keizerlijke Kunstacademie in Augsburg. Het gaat om een vooraanzicht van het paleis, waarop overigens geen identificeerbare figuren of rijtuigen voorkomen; een gezicht in de barokke paleistuin, waarop de koning van Pruisen, zijn zoon de latere koning Frederik Willem III, prins Willem V, prinses Wilhelmina, hun dochter Louise en een van haar broers min of meer herkenbaar voorkomen (afb. 1) en een tafereel dat zich afspeelt in een paleisvertrek, dat rijkelijk met kaarsen is verlicht (afb.2). Deze laatste prent is voorzien van de naam van de vervaardiger en uitgever, Georg Balthasar Probst (1732-1801).

Probst geldt als de belangrijkste vervaardiger van opticaprenten. Zijn bedrijf in Augsburg, dat prenten met stadsgezichten uit heel Europa leverde, stond onder keizerlijke bescherming. Het is echter niet waarschijnlijk dat Probst zelf alle plekken, die door hem in prent zijn gebracht, ook daadwerkelijk heeft bezocht. Vermoedelijk werkten hij en zijn medewerkers naar schetsen van plaatselijke kunstenaars. Optica prenten waren kortstondig in de mode in de tweede helft van de achttiende eeuw. Het waren over het algemeen vrij primitief uitgevoerde gravures van een standaard liggend formaat. Soms (maar niet altijd) was de voorstelling in spiegelbeeld aangebracht, evenals het op- en onderschrift. Dit hield verband met het feit dat deze prenten eigenlijk door een opticaspiegel bekeken moesten worden, waardoor het beeld omdraaide en diepte kreeg. Dergelijke opticaspiegels, vervaardigd van mahoniehout, worden af en toe nog wel op veilingen aangeboden. Opticaprenten zijn vaak ingekleurd, hetzij professioneel door een daarin gespecialiseerd atelier, of wat primitiever door amateurs die dit thuis als tijdverdrijf deden.

Over het bezoek van de Pruisische koning aan Het Loo zijn we toevallig goed ingelicht. De Amsterdamsche Courant van 21 juni 1788 doet er uitgebreid verslag van. Zo komen we te weten dat de koning op 11 juni 1788 op Het Loo arriveerde, nadat de stadhouderlijke familie hem de dag ervoor tot Kleef tegemoet was gereisd. Kosten noch moeiten waren gespaard om Het Loo er op zijn fraaist te laten uitzien. In de woorden van de krant: ‘De pracht en luister [..] kenschetste de grootheid en  ’t vermogen van Neêrlands erfstadhouder’. Dit alles moet natuurlijk worden gezien in de context van het feit, dat prins Willem V het jaar ervoor, in 1787, in zijn ambten was hersteld dankzij de interventie van het Pruisische leger! Naast audiënties, maaltijden, wandelingen in de tuin en ander vermaak, werd er ook serieus werk verzet. De prins en de koning onderhandelden met o.a. Raadpensionaris Van de Spiegel, de Pruisische ambassadeur graaf Alvensleben en de Engelse ambassadeur Lord Malmesbury over een pact tussen de drie betrokken landen met het doel de stabiliteit in Europa te bevorderen. Als herinnering hieraan werd later in Berlijn de Brandenburger Tor opgericht!                                                                                                                                                                     Op 13 juni na het souper was het ogenblik gekomen om afscheid te nemen. ‘Zijne Majesteit […] begaf zich vervolgens naar het Appartement van Hare Koninglijke Hoogheid, alwaar Deselve ruim een half uur verbleef en eindelijk zich met moeite, na het tederste en aandoenlijkste vaarwel zeggen, van eene beminde zuster verwijderde. Vervolgens een oogenblik in zyn vertrek gaande, om van kleeding te veranderen, scheen Zijne Majesteyt voorneemens te zijn, zich aan het ontroerende van een nader affscheid te onttrekken, dan hier in door Zijne Doorluchtige Hoogheid voorgekomen zijnde, nam hij in de Groote Zaal van Haare Koninglijke Hoogheid, voor de tweede maal affscheid. Mevrouw de Princes was sterk aangedaan en men kon zien dat Haare Koninglijke Hoogheid zich moeite gaf om de opwellende tranen […] te verbergen. De beide Prinsen waren niet minder aangedaan […] Zijne Majesteyt ontrukte zich eindelijk aan de tederheid der Vorstelijke Familie en […] stapte ten half twaalf uren in deszelfs rijtuig’. De prent brengt het ogenblik van het afscheid van broer en zuster in beeld. Niet duidelijk is of we hier de scene in het vertrek van prinses Wilhelmina zien of toch het tweede afscheid in de Grote of Audiëntiezaal. De ruimte in de prent is namelijk geen herkenbare weergave van een van beide vertrekken.  De kamer van de prinses, in de museale opzet van Het Loo ingericht als de kamer van koning Willem I, heeft weliswaar ramen aan de lange wand, maar een deur aan de raamzijde en niet in het midden van de wand. Toch meen ik dat deze kamer bedoeld is. Omdat verdere identificatiestukken als schilderijen en meubelen ontbreken, lijkt dit tafereel, hoe sfeervol weergegeven ook, mij aan de fantasie van de maker te zijn ontsproten. Ook het onderschrift, dat abusievelijk den 13 July als datum noemt, lijkt mij te wijzen op een indirecte compositie. Dit doet echter niets af aan de charme, waarmee dit koninklijke bezoek is uitgebeeld.

Marieke Spliethoff, oud-conservator Paleis Het Loo Nationaal Museum, januari 2019