De Valkerij op Het Loo

Aankomst op de Hoog-Soerense heide. Olieverf op doek, 28,7 x 44,4 cm, niet gesigneerd. Paleis Het Loo Nationaal Museum, Apeldoorn
De valken worden losgelaten. Olieverf op doek, 28,5 x 44,5 cm, niet gesigneerd. Paleis Het Loo Nationaal Museum, Apeldoorn
De reiger is geslagen. Olieverf op doek, 28,5 x 44,4 cm, niet gesigneerd. Paleis Het Loo Nationaal Museum, Apeldoorn
Huiswaarts. Olieverf op doek, 28,4 x 44,5 cm, niet gesigneerd. Paleis Het Loo Nationaal Museum, Apeldoorn

Enkele plaatsen in Apeldoorn herinneren nog aan de valkenjacht die op de uitgestrekte heides en zandvlakten rond Paleis Het Loo werd beoefend. In de negentiende eeuw was dit zelfs het enige gebied in Europa waar met speciaal getrainde geer- en slechtvalken op reigers werd gejaagd. De Valkenberglaan en het Reigersbos zijn zulke plekken, evenals de valkeniershuizen aan de Tuinmanslaan.

In 1839 werd de Royal Loo Hawking Club opgericht, een elitair gezelschap waarvan ook Engelse en Franse edelen lid van waren. Prins Alexander (1818-1848), de broer van koning Willem III, werd beschermheer. In 1855 werd de Hawking Club opgeheven. Niet alleen waren de kosten te hoog, maar ook werden steeds meer heide- en zandgronden ontgonnen en liep de reigerstand terug.

De valkenjacht vond elke zomer plaats. Rond 1 juni verzamelden de jagers zich met hun valken, paarden en gevolg in Apeldoorn. De belangrijkste deelnemers verbleven als gasten van de koninklijke familie op het Oude Loo, anderen vonden onderdak in (toen nog) Herberg de Keizerskroon en het logement de Nieuwe Kroon, geëxploiteerd door de familie Bloemink. Al deze locaties boden de mogelijkheid valken en paarden onder te brengen.

In de loop van de middag begaf het gezelschap zich via de Koningslaan in de richting van de Echoput, waar men kon kiezen om ofwel noordwaarts te gaan naar het Wieselse bos of zuidwaarts naar de Soerense heide. Om een uur of vier, wanneer de reigers met volle krop naar hun broedplaatsen terugkeerden, onthuifden de valkeniers de valken, die vervolgens opstegen om de reigers te slaan. Onderwijl volgden de jagers op de grond de verrichtingen van de vogels in lucht. De sport was als eerste de plaats te bereiken waar de valk de geslagen reiger aan de grond bracht. De winnaar kreeg als beloning de aigrette, de kuif van de reiger, die als ornament op de hoed gestoken werd. Nadat de valken weer gehuifd en op de kagie (draagrek) geplaatst waren, werd de terugtocht aanvaard. ’s Avonds wachtte de jagers een diner op het paleis in het gezelschap van een vaak humeurige koning.

In de collecties van Paleis Het Loo bevindt zich een aantal aandenkens aan de valkerij. Het betreft hier bij voorbeeld een opgezette gehuifde slechtvalk, een aantal knopen behorend bij het uniform van de Hawking Club en de prijsbokaal door koningin Sophie in 1849 uitgereikt bij de wedrennen, die tot verder vermaak van de deelnemers werden georganiseerd. Maar vooral zijn het schilderijen, aquarellen en (kleuren)litho’s van kunstenaars als Charles Rochussen, Andreas Schelfhout en Pierre Louis Dubourcq en Henri Auguste d’Ainecy comte de Monpezat (1817-1859). Van deze laatste kunstenaar verwierf Het Loo in 2013 vier kleine schilderijtjes, die de valkerij in beeld brengen en die zich laten lezen als een stripverhaal. Op elk stuk komen dezelfde personen voor. Interessant is dat aan de achterkant van twee van deze stukken geschreven staat: Projets pour le château du Loo/ par Mompesat, gevolgd door een nummer. Kennelijk betreft het hier ontwerpen voor een nooit uitgevoerde schilderijenreeks.

Het eerste stuk laat de aankomst van het koninklijk gezelschap zien op de Soerense heide. Schilderij nr. 2 laat zien hoe de valken worden losgelaten. Uit de roodachtige lucht valt op te maken dat de jacht zich aan het einde van de middag afspeelt. Op het derde stuk is de reiger geslagen. De valkeniers bergen de prooi en maken de valken weer vast. Op het laatste stuk rijdt het gezelschap via de Soerenseweg weer terug. Rechts in de verte is de oude Grote kerk zichtbaar, die van 1842-1890 op de plek van de huidige Grote kerk stond op het kruispunt Loolaan-Soerenseweg.

De schilder Montpezat verbleef omstreeks 1848/’49 in Nederland. In die jaren wordt hij vermeld als lid van het Haagse kunstenaarsgenootschap Pulchri Studio. Hij schilderde vooral jachtscenes en ruiterportretten. Over zijn leven is verder niet veel bekend, waarschijnlijk was autodidact.

Marieke Spliethoff, oud-conservator Paleis Het Loo Nationaal Museum, oktober 2018