Boeketten met portretten

Afb. 1.: Onbekende kunstenaar, Boeket met verborgen portretten van prins Willem V en zijn gezin. Ingekleurde gravure, ca. 1788. Paleis Het Loo Nationaal Museum, Apeldoorn, inv. nr. A9328 (bruikleen Geschiedkundige Vereniging Oranje-Nassau)
Afb. 2.: J.H. Sikemeier, Boeket met verborgen portretten van de Koninklijke Familie. Potloodtekening op papier, 1945. Paleis Het Loo Nationaal Museum, Apeldoorn, inv.nr. A2549 (bruikleen Geschiedkundige Vereniging Oranje-Nassau)

Het is in de geschiedenis tweemaal voorgekomen, dat Nederland door een vreemde mogendheid werd bezet en dat de leden van het Huis van Oranje zich in ballingschap in het buitenland moesten begeven. Deze situatie deed zich voor de eerste maal voor in januari 1795, toen de Franse legers over de bevroren rivieren ons land binnentrokken en het stadhouderlijk gezin per visserspink naar Engeland overstak. Het duurde tot november 1813, voordat prins Willem Frederik (weldra koning Willem I) bij Scheveningen weer voet aan land kon zetten.

Eenzelfde situatie deed zich voor in mei 1940, toen de Duitsers ons land waren binnengevallen en koningin Wilhelmina zeer tegen haar zin per oorlogsschip naar Engeland werd overgebracht. Prinses Juliana, prins Bernhard en de kleine prinsesjes Beatrix en Irene waren haar een dag eerder al voorgegaan. Zoals bekend bracht de Koningin de vijf oorlogsjaren met haar schoonzoon prins Bernhard door in Londen (later verhuisde zij naar Maidenhead), terwijl prinses Juliana met de kinderen in Canada in veiligheid was gebracht. Pas in het voorjaar van 1945 kon het koninklijk gezin naar Nederland terugkeren.

Gedurende de jaren van vreemde overheersing was het verboden blijk te geven van Oranje-gezindheid. Het dragen van de kleur oranje was niet toegestaan, net zomin als het in bezit hebben van afbeeldingen van de prins of de koningin en het zingen van oranjeliederen. Maar het bloed kroop waar het niet gaan kon en er ontstonden allerlei vormen van verborgen propaganda.

Het bleek dat bloemboeketten zich goed voor dit doel leenden. Zowel uit de late 18de eeuw als uit de 20ste eeuw zijn voorbeelden bekend van dit soort ‘zoekplaatjes’. Het betreft prenten of tekeningen van een boeket bloeiende bloemen, waarin de portretjes van de Oranje’s zijn verborgen. In de verzamelingen van Paleis Het Loo bevindt zich een aantal van deze ‘zoekplaatjes’. Twee hiervan zullen we nu nader bekijken.

Een van de oudste voorbeelden is een anonieme, met waterverf ingekleurde prent, die de portretjes bevat van prins Willem V, prinses Wilhelmina en hun kinderen Louise, Willem en Frederik. Aangezien zij er nog zonder partners op voorkomen, kan aangenomen worden dat de prent uit ca. 1788 dateert, toen de stadhouder door toedoen van de Patriotten uit zijn functies was ontheven en in ballingschap in Nijmegen verbleef. Op het eerste gezicht lijkt het een elegant bijeengebonden boeketje, maar als je goed kijkt zie je niet alleen de portretjes, maar valt ook op dat sommige van de bloemen, zoals de roos, de rode anjer en het vergeet-me-nietje een bepaalde boodschap uitdragen.

Het zal niet algemeen bekend zijn, dat ook in de oorlogsjaren 1940-’45 bloemboeketten met verborgen portretten zijn vervaardigd. Een bijzonder voorbeeld hiervan is een tekening van een boeket rozen in zwart potlood, niet gesigneerd door de kunstenaar, maar in 1945 door de schilder, tekenaar en glazenier Johan Hendrik Sikemeier (1877-1958) aan het toenmalige Oranje-Nassau Museum (nu Geschiedkundige Vereniging Oranje-Nassau) geschonken en als langdurig bruikleen in de verzamelingen van Paleis Het Loo opgenomen. Uit de documentatie en ook op grond van vergelijking met ander werk van Sikemeier lijdt het geen twijfel of hij heeft ook dit fraaie boeket met de verborgen portretten van koningin Wilhelmina, prinses Juliana en Prins Bernhard en de kleine prinsesjes Beatrix en Irene getekend. De tekening draagt het opschrift: De ‘verborgen’ Oranjes die zich moeilijk kunnen schuil houden en als dit nog niet duidelijk genoeg zou zijn, bieden een opschrift en een gedicht een nadere verklaring:

Uit het oog, in het hart
Zij, Moeder van haar Volk,
Moest, uit haar land verdreven,
In bangen oorlogstijd
Op vreemden bodem leven.

Maar ’t Koninklijk Gezin,
Plots uit ons oog verdwenen,

Bleef ook aan gindschen kust
Door Liefdes-Zon beschenen.

O, zoo de Hechte Band
Weer allen saam kon binden,
Zou ’t Vrije Nederland
In Vrijheid zich hervinden

Het is niet duidelijk of Sikemeier de bedoeling heeft gehad zijn tekening in prent te laten brengen en illegaal te verspreiden. Bij mijn weten is dit niet gebeurd en is deze tekening een uniek voorbeeld van een oude vorm van oranje propaganda, de in de oorlogsjaren 1940-’45 nogmaals is toegepast.

Marieke Spliethoff, oud-conservator Paleis Het Loo Nationaal Museum, juli 2019