Een barre overtocht in 1691

Ludolf Bakhuizen De landing van koning-stadhouder Willem III in de Oranjepolder, 31 januari 1691 Olieverf op doek, gesigneerd en gedateerd L.Bakhuis 1691 Paleis Het Loo Nationaal Museum (bruikleen Geschiedkundige Vereniging Oranje-Nassau), inv.nr. A3035-a
Ludolf Bakhuizen Koning-stadhouder Willem III reist na aankomst in de Oranjepolder door naar Honselaersdijk, 31 januari 1691 Olieverf op doek, gesigneerd en gedateerd L.Bakhuis Paleis Het Loo Nationaal Museum (bruikleen Geschiedkundige Vereniging Oranje-Nassau), inv.nr. A3035-b
Ludolf Bakhuizen De landing van koning-stadhouder Willem III in de Oranjepolder, 31 januari 1691 Pen en penseel op papier, ca. 1691 Paleis Het Loo Nationaal Museum (bruikleen Geschiedkundige Vereniging Oranje-Nassau), inv.nr. A9014

Elke winter, wanneer het guur en koud is, gaan mijn gedachten wel eens terug naar de barre overtocht die Willem III in januari 1691 maakte. Het was de eerste keer sinds hij in 1688 koning van Engeland was geworden, dat hij terugkeerde naar zijn vaderland. Aanleiding was een conferentie van de anti-Franse bondgenoten, die in februari van dat jaar in Den Haag zou plaatsvinden. Willem mocht als spil van dit bondgenootschap natuurlijk niet ontbreken.

Het was een strenge winter en Willem ging met zijn uitgebreide gevolg al op 16 januari vanuit Londen op weg naar Gravesend. De wind blies echter vanuit de verkeerde hoek, pas tien dagen later was het mogelijk te vertrekken. De wind bleef echter ongunstig, zodat men pas vier dagen later de kust bij Goeree bereikte. Zware wind en ijsgang maakten het bijna onmogelijk aan land te gaan, maar in de vroege ochtend van 31 januari lukte het de koning voet op vaderlandse bodem te zetten. Nadat het gezelschap zich bij een vuur op het strand had gewarmd, werd de oversteek over de Maas naar de Oranjepolder gemaakt. Hier werd het gezelschap opgewacht door twee mannen te paard, een postiljon en boer Jillis, die Willem III nog kende van de hazenjachten bij Honselaarsdijk. Zodra de koning hem zag, zei hij: ‘Hoe vaar je al, Jilles, kan je mijn noch wel?’, waarop Jillis antwoordde: ‘Wellekom, mijn Heer Prins, ich zag niet dat gij het waert’. Beide mannen, Jillis en de postiljon, brachten hun paarden naar de sloep, terwijl bemanningsleden met stokken en haken de ijsschotsen op een afstand hielden. Zo kwam Willem aan land op het paard van de postiljon, terwijl Hans Willem Bentinck het paard van Jillis besteeg. In het dijkhuisje van Jillis kon het gezelschap een beetje opwarmen en kregen zij, tot grote hilariteit van de Engelse heren, karnemelk aangeboden. De koning trok zich daarna, overmnd door emoties, voor een uur of zo terug in de koestal. Later op de dag reed het gezelschap in rijtuigen, die inmiddels waren aangekomen, naar Honselaarsdijck, het prachtige, maar nu afgebroken huis van de prins in het Westland, waar de Friese stadhouder Hendrik Casimir II de eerste was om het gezelschap te begroeten. Dezelfde avond reed Willem III ondanks zijn vermoeidheid en zware verkoudheid, door naar Den Haag, waar hem een groots welkom wachtte.

Deze episode in het leven van Stadhouder-Koning Willem III sprak erg tot de verbeelding en heeft een aantal kunstenaars geïnspireerd. Dit was mede mogelijk omdat schipper Sijmen Jansz. Hartevelt de gebeurtenissen op schrift heeft gesteld. Dit pamflet was voor iedereen te koop. In Paleis Het Loo (bruikleen Geschiedkundige Vereniging Oranje-Nassau) bevinden zich twee kleine schilderijtjes die een realistisch beeld geven van de barre omstandigheden van de landing in de Oranjepolder. Ze zijn geschilderd door de bekende marineschilder Ludolf Bakhuizen (1631-1708). Op het ene schilderijtje (afb.1) is te zien hoe Willem in de branding het paard van de postiljon bestijgt, terwijl de ijsschotsen van de sloep worden weggeduwd en Jillis op zijn paard links toekijkt. Het andere stuk (afb. 2) laat zien hoe Willem III en Bentinck (op het paard van Jillis) naar diens huisje rijden. Rechts op de achtergrond zien we hoe Jillis zelf ‘een seker swaarlijvig Engels heer’ op zijn rug aan land draagt.

Maar Bakhuizen was nog niet klaar met dit onderwerp. Hij maakte nog een derde schilderij van de landing van Willem III in de Oranjepolder. Hierop heeft de tocht vanaf het strand een heroïsch karakter, het lijkt wel een zegetocht. Verdwenen zijn alle verwijzingen naar sneeuw, ijs en verkoudheid. Het schilderij bevindt zich in de collectie van het Mauritshuis en wordt tentoongesteld in de Galerij Willem V op het Buitenhof. Een voortekening hiervoor (afb. 3) werd in 2001 aan de Geschiedkundige Vereniging Oranje-Nassau geschonken door de heer Jörg Brena. Deze voormalige prins Georg van Saksen-Weimar-Eisenach was een achterkleinzoon van prinses Sophie der Nederlanden (1824-1897), groothertogin van Saksen-Weimar en zo was hij in bezit gekomen van een aantal tekeningen en portretminiaturen uit Oranje-bezit. Een tweede voortekening voor dit schilderij is in de Royal Collection in Windsor Castle.

Rest mij nog te vertellen dat de ontvangst op het huis Honselaarsdijk in prent is gebracht door de ‘spindokter’ van Willem III, Romeyn de Hooghe en dat Daniel Marot, de binnenhuisarchitect van Het Loo, de feestelijke ontvangst van de Koning-stadhouder in beeld bracht. De conferentie zelf had weinig concrete resultaten, al werd hier wel een bondgenootshap gesmeed, dat ten slotte in 1697 de Vrede van Rijswijk zou bewerkstelligen.